Onderstaand vindt u een uiteenzetting van het verschil in
de beoordeling van bijdragen die van derden afkomstig zijn. Indien er een
bijdrage van een derde wordt ontvangen voor het doen van onderzoek, spreekt men
al gauw van een schenking als de geldgever voor de bijdrage geen tegenprestatie
vraagt. Een verkrijger van een schenking moet vaak schenkingsrechten (minimaal
11%) betalen van hetgeen wordt verkregen. Indien er
sprake is van een subsidie, en de subsidiegever ontvangt geen tegenprestaties jegens de financiële bijdrage die hij ontvangt, dan is de
subsidie in het geheel niet belast.
Het ministerie van economische zaken stelt voor het doen
van onderzoek een som geld van € 500 miljoen ter beschikking om Nanoscience
onderzoek te doen. Verschillende onderzoeksinstellingen die op dat gebied bezig
zijn, dienen een aanvraag in bij het Ministerie van EZ. Een universiteit die
aan het onderzoek mee wil doen, krijgt van het Ministerie een bijdrage van € 5
miljoen. Een derde die het onderzoek op het gebied van
Nanoscience erg belangrijk vindt, geeft inzake
eveneens een financiële bijdrage van
maar liefst 1 miljoen euro. De bijdragen van het Ministerie en de derde hebben
in casu een objectief karakter en zijn te
kwalificeren als een subsidie.
Schenkingen daar tegen over hebben geen objectieve
karakter en behoren tot bijdragen in het algemene belang. De bijdragen zijn
niet bedoeld om bepaald doel te financieren. De bijdrage mag door de ontvanger
vrij worden besteed.
Bijvoorbeeld: Een vermogend Amerikaan (prof), die in het
verleden heelveel onderzoeken aan een universiteit heeft gedaan, stort op de
rekening van een universiteit in Nederland een bedrag van
€ 500.000 ten behoeve van onderwijs en onderzoek. De
universiteit mag de bijdrage verder vrij besteden. Aangezien de Amerikaan geen
verdere verplichtingen aan de besteding van de bijdrage stelt, valt de bijdrage
onder een schenking. In dat geval moet de universiteit in beginsel 11% van de
bijdrage aan schenkingsrecht betalen (zie hierna de vrijstelling).
Vrijstellingen
Een aantal Stichtingen en instellingen zijn van de
verkrijging vrijgesteld, voor zover zij door de fiscus als een algemene
nutbeogende instelling (ANBI) zijn erkend. Indien particulieren jaarlijks een
bijdrage aan een ANBI betalen, mogen zij het bedrag op het inkomen van dat jaar
als gift in aftrek brengen.